Bijna elk Frans dorp heeft er een, een feestzaal. Salle des fêtes worden ze genoemd, salle polyvalente, of foyer rural, familial of communal. Ze liggen meestal nabij het gemeentehuis en de kerk en zijn van een bijna ontroerende lelijkheid. Zelfs een dorp met nog geen 100 inwoners vindt een feestzaal onmisbaar. Een dorp zonder feestzaal heeft geen hart, zeggen ze. ‘Waar moeten de mensen anders naartoe om bijeen te komen?’  
 
Barcugnan: 143 inwoners, zestig huizen, een kerk, een gemeentehuis, geen school en geen winkels. De onlangs verbouwde feestzaal wordt heropend met een maaltijd gevolgd door een disco. Voor de maaltijd (13 euro voor drie gangen plus wijn, koffie en armagnac) hebben zich 135 mensen ingeschreven. Rond middernacht worden de stoelen opgestapeld en de tafels razendsnel afgenomen en opzij geschoven. Podium Legendsia zet het geluid wijdopen. De oudste generatie haast zich naar huis. De vrijgekomen parkeerplaatsen worden ingenomen door jongeren uit de wijde omtrek, die bier per meter bestellen (13 glazen voor 20 euro), desgewenst aangelengd met grenadine of perzikensiroop. Ook breezers zijn populair. De speciaal voor de gelegenheid gemaakte alcoholvrije cocktail feu vert (groen licht) vindt echter weinig aftrek. Zover er Bobs - hier Sam geheten - zijn, drinken die liever cola.
 
‘We hebben een paar honderd euro winst gemaakt,’ vertelt Pierre, penningmeester van de plaatselijke feestcommissie enkele dagen later. ‘De barinkomsten waren voldoende om de kosten te betalen.’ Het apéro levert in het algemeen het meest op. Daarom duurt dat zeker twee uur, soms zelfs langer. Whisky-cola, pastis, en locale specialiteiten zoals floc en tariquet kosten dan evenveel als een colaatje of sinas: één euro. En ze gaan in rap tempo over de bar. Met een apéro erbij kan Legendsia betaald worden. Dergelijke mobiele disco’s kosten inclusief dj zo’n 1000 euro per avond.
‘Maar als je geen bekende disco hebt, komt er geen hond,’ weet Pierre. De winst gaat naar de bank; de feestcommissie moet sparen. Deze zomer werd er een ijskast voor onder de nieuwe bar aangeschaft en moest de helft van de kosten van het nieuwe fornuis betaald worden. De jagersvereniging droeg een kwart bij (die koken tenslotte maar één keer per jaar) en de gemeente sponsorde het laatste kwart.De renovatie van de feestzaal van Barcugnan duurde bijna twee jaar en kostte zo’n drie ton. Een kwart daarvan is door de regio en de staat gesubsidieerd, de rest moet de gemeente zelf financieren. Daarvoor heeft ze een lening afgesloten met een looptijd van 15 jaar. ‘Een hoop geld,’ zegt de burgemeester, ‘maar het is een goede investering. Niet alleen voor ons, maar ook voor de generaties na ons. Want een dorp zonder feestzaal, is een dorp zonder ziel.’  
 
Elk dorp organiseert minstens eenmaal per jaar een feest, meestal op de dag van de patroonheilige. Voor Barcugnan is dat Sint Maarten; 11 november dus. Tot Barcugnan in 1968 een echte feestzaal kreeg gebeurde dat onder het dak van de toenmalige halle.
‘Het was misschien koud, maar dat kan ik me niet herinneren,’ giechelt Rose. Ze is van 1928. ‘De moeders zullen het wel koud hebben gehad, want die dansten niet. Die hielden alleen hun dochters in de gaten.’
‘Het was de enige manier om jongens te ontmoeten,’ vult haar vriendin Yvette aan. ‘Die mochten alle dorpsfeesten in de wijde omtrek af, maar de meisjes konden alleen naar het feest in hun eigen dorp. Dus daar moest je naar toe!’
‘Je ontmoette elkaar op bals, zo ging dat,’ knikt Jacqueline, geboren in 1940. ‘Maar ik mocht ook naar andere dorpen.’
In de jaren ’70 werd het dorpsfeest van november verplaatst naar het derde weekend van juni, omdat het toch leuker werd gevonden in de zomer te feesten. De datum werd in goed overleg met de omliggende dorpen gekozen, want je gaat natuurlijk niet tegelijkertijd een feest houden. Stel je voor, dan zou je niet meer naar elkaars feesten toe kunnen!
 
Behalve uit twee mooie maaltijden, zowel ’s middags als ’s avonds, bestaat het  dorpsfeest van Barcugnan uit een pétanquewedstrijd, waar men 80 euro en een beker kan winnen. Twee maaltijden is nog redelijk bescheiden: sommige dorpen laten hun feest twee, soms zelfs drie dagen duren, met de ene avond een bal musette en de volgende avond disco, en minstens drie gezamenlijke maaltijden. In Barcugnan wordt de zaal verder gebruikt voor de nieuwjaarsmaaltijd, het banquet des chasseurs aan het eind van het jachtseizoen, kastanjes met nieuwe wijn in oktober, en één à twee disco-avonden. Soms organiseert de feestcommissie nog wat extra’s, terwijl de gemeenteraad na verkiezingen altijd een maaltijd aanbiedt. De zaal wordt ook verhuurd aan particulieren die een huwelijk, doop of verjaardag groots willen vieren.
 
De toptijd van de feestzaal van Barcugnan lag in de jaren ’80. ‘De feestcommissie bestond uit 15 leden en we aten elk weekend samen,’ vertelt Bernadette. ‘En om de week was het bal. Het was altijd superdruk, de auto’s stond tot kilometers verderop geparkeerd. We aten tot een uur of 9, dan ging alles aan de kant en was het feest tot een uurtje of 5, 6. Tien jaar lang, toen begon de klad erin te komen. Nu lopen de bals niet meer goed, jongeren gaan liever naar een echte disco.’
Volgens de oude Camille hingen in die jaren de beha’s soms over de grafzerken van het aangrenzende kerkhof. Robert heeft het over condooms in het maisveld. Daar weet Bernadette allemaal niets van. Maar het waren dolle jaren, dat is zeker. De feestcommissie had zoveel geld weten te sparen, dat ze met zijn allen een keer op vakantie zijn gegaan naar de Bahama’s.  
 
De meeste feestzalen stammen van na de oorlog en zijn net als die van Barcugnan aan een opknapbeurt toe. ‘Het zijn uiteindelijk de bewoners die betalen,’ zegt een gemeenteraadslid uit Clarens (445 inwoners). Nadat het dak van de feestzaal (bouwjaar 1960) in mei 2007 door hagelstenen ‘zo groot als tennisballen’ zwaar beschadigd raakte, is Clarens bezig met een nieuwe zaal. ‘Een jaar waren we in de weer met de verzekeringsmaatschappij. Daarna was de architect een jaar bezig. Voor we de financiën rond hebben zijn we nog een jaar verder. De normen, weet u.’
De normen, inderdaad. De oude feestzalen voldoen geen van alle meer aan de normen van de 21e eeuw, maar zo lang je niet gaat verbouwen hoeft de zaal niet aangepast te worden.  De problemen beginnen als er écht iets gerepareerd moet worden. Je krijgt pas een bouwvergunning als je de hele zaal aan de nieuwe normen aanpast. Dus moet het het asbest verdwijnen, een invalideningang worden toegevoegd, mag de wc niet meer een hokje buiten zijn en moet de keuken geprofessionaliseerd. En dat kost geld. Maar geen feestzaal meer? De man van Clarens lacht verbaasd. ‘Als een dorp geen feestzaal heeft, zie ik niet hoe je de mensen bij elkaar krijgt’. 
 
 
De feestzalen zijn overigens niet alleen bedoeld voor feesten, vandaar dat menigeen in grote letters FOYER op de gevel heeft staan, wat onder veel meer ook zaal betekent. Een deel van hen is lid van de Federatie van Foyers Ruraux die in 1946 onder het Ministerie van Landbouw werd opgericht. Doelstelling was "het ontwikkelen van de plattelandsbevolking door middel van educatieve, sportieve en culturele activiteiten” en het "bevorderen van de sociale cohesie”. En hoewel iedereen inmiddels een auto heeft om naar verder gelegen bioscopen of theaters te rijden en zich anders wel achter de tv verschanst, zijn er nog steeds feestzalen die concerten en theatervoorstellinkjes organiseren. Er wordt gegymnastiekt, gekiend, geschilderd of gezongen, sportclubs houden er hun ledenvergaderingen, scholen hun eindejaarsvoorstellingen. In sommige gevallen wordt de zaal zelfs dagelijks gebruikt als gymnastiekzaal of kantine van de plaatselijke lagere school.            
Die ontroerend lelijke zalen zullen dus nog wel blijven staan, of ze nou aux normes zijn of niet.