Nieuws


Vriendschap - dinsdag 27 oktober 2015

Afbeelding invoegen
 
Isaak Levitan (1860–1900), Ruslands beroemdste landschapsschilder, en Anton Tsjechov (1860–1904), zo beroemd dat hij geen uitleg behoeft, waren dikke vrienden. Maar tussen 1892 en 1895 wisselden ze geen woord met elkaar. 
 
In 1892 verscheen Tsjechovs korte verhaal Poprygoenja:  ’n Spring-in-‘t-veld. Hoofdpersoon is de 22-jarige Olga Ivanovna, getrouwd met de negen jaar oudere dokter Osip Stepanovitsj Dymov. Olga vult haar dagen met schilderen, pianospelen, het bezoeken van haar naaister en het theater, en praten met beroemde kunstenaars. Haar echtgenoot werkt ondertussen keihard in verschillende ziekenhuizen en ook nog eens aan zijn dissertatie. Alleen als Olga haar wekelijkse salon houdt zien de gasten hem even, wanneer hij om half 12 ’s avonds alle aanwezigen vriendelijk aan tafel noodt. Olga krijgt een relatie met haar tekenleraar, Rjabinski. Dymov doorziet dit en raakt – wellicht door eigen opzet – besmet met difterie. De buitenechtelijke relatie raakt uit, de echtgenoot gaat dood en Olga heeft razende spijt.            
 
Levitan was ervan overtuigd dat Tsjechov hem voor ogen had bij de figuur van Rjabinski, een schilder die net als Levitan nogal somber kon zijn. Bovendien had ook Levitan een verhouding met de schilderende echtgenote van een dokter: Sofia Petrovna Koevsjinnikova-Safonova (1847-1907) heette ze. Tijdgenoten vonden dat het woordgebruik van de fictieve Olga sterk op dat van Sofia leek, zo sterk, dat Sofia nooit meer een woord met Tsjechov heeft willen wisselen.
 
Tsjechov verdedigde zich door te zeggen dat Sofia stukken ouder was dan de springerige Olga uit het verhaal. "Stelt u zich eens voor,” schrijft hij in april 1892 aan Lydia Avilova, "een kennis van mij, een 42-jarige dame, herkent zich in de twintigjarige heldin van ‘’n Spring-in-‘t-veld’ en heel Moskou beschuldigt me van het schrijven van een paskwil. Het belangrijkste bewijs zijn oppervlakkige overeenkomsten: de dame schildert, haar man is arts en ze leeft met een kunstenaar.
En er waren nog wel wat verschillen. Zo was de relatie tussen Koevsjinnikova en Levitan geen kortstondige affaire als tussen Olga en Rjabinski: hij duurde meerdere jaren. De zomer van 1888 en 1889 bracht Koevsjinnikova met Levitan door in het plaatsje Pljos aan de Volga, en in 1892 waren ze samen in Gorodok. Ze was erbij toen Levitan zijn beroemde Vladimirka schilderde.Levitan, de man die zelden mensen tekende, schilderde in 1888 bovendien een prachtig portret van Sofia ten voeten uit. 
 
Olga spring-in-‘t-veld wordt beschreven als iemand die weinig talent heeft voor de schilderkunst, Koevsjinnikova had dat volgens de overlevering wel, al is het lastig voorbeelden van haar werk te vinden. In ieder geval heeft Ruslands belangrijkste verzamelaar van haar tijd, Pavel Tretjakov, een werk van haar gekocht. Naar aanleiding van de verkoop van dit - blijkbaar kleine - schilderij, schrijft Tsjechov op 25 december 1888 zijn zover bekend enige briefje aan Sofia:
"(…) Ik feliciteer u met uw toetreding tot de rijen der onsterfelijken. Het maakt niet uit dat uw schilderij klein is. Kopeken zijn ook klein, maar als je er veel hebt wordt het een roebel. Elk schilderij dat in een museum terechtkomt, en elk geslaagd boek, dat in een bibliotheek belandt, dient, hoe klein ook, een belangrijke zaak: de toename van de nationale rijkdom!" 
 
Ook haar uiterlijk kwam naar het schijnt niet overeen met de beschrijving van dat van Olga Ivanovna: daarin herkende iedereen Lika (of Lydia) Mizinova (1870 – 1937), een vriendin van Tsjechovs zus Masja. Tsjechov schreef Lika talloze – vaak plagerige – brieven en mocht haar  graag, maar het werd nooit de relatie waar Lika zo op hoopte. 
Ook Lika herkende zich in het verhaal, maar in tegenstelling tot de anderen (behalve Levitan en Koevsjinnikova meende ook de acteur A.P. Lenski zich in een van de bijfiguren te herkennen – hij negeerde Tsjechov acht jaar lang) vergaf zij hem.  
 
Er is veel gespeculeerd over het waarom van dit verhaal. Tsjechov zou Levitan een hak hebben willen zetten, omdat die er op het laatst van af had gezien mee te gaan naar Sakhalin in 1890. Of Tsjechov zou Sofia niet gemogen hebben. Maar het kan ook dat Tsjechov zich liet inspireren door het menselijke landschap om zich heen en figuren daaruit  naar eigen inzicht in zijn verhalen plaatste, waarbij hij vergat dat het geen bomen en struiken waren, maar mensen.
"Ik weet dat je, wanneer je iets kwetsends schrijft of doet, dat niet expres doet, - schreef Lika naar aanleiding van dit verhaal -,  maar omdat het je echt niet kan schelen wat mensen van je denken…” 

Reacties:

Hoe het na drie jaar weer goed kwam tussen Tsjechov en Levitan: Het jaar 1895 begon op Melichovo met een bezoek van Tanja Koepernik, die een onverwachte gast meebracht: Isaak Levitan (zie het nawoord bij deel IV). In haar memoires schrijft zij: ‘Tsjechov keek wie ik bij me had, stond even stil, en plotseling stormden ze naar elkaar toe, grepen elkaars handen en... begonnen te praten over de gewoonste dingen alsof er niets gebeurd was.’ (uit mijn nawoord bij Tsjechovs Verzamelde werken, deel V, Van Oorschot 2010)

Anne Stoffel- 28-10-2015

Wat een mooie toevoeging Anne! Dank je wel.

Pauline Michgelsen- 28-10-2015


Reageren:


Terug naar de vorige pagina >