Nieuws


Nanaakt - zondag 13 september 2015

Het was in februari 2014 even in het nieuws, vooral in Engeland: een man die dacht een Chagall te bezitten, ontdekte niet alleen dat dit niet het geval was, maar ook dat het werk vernietigd zou worden. Het Comité Marc Chagall in Parijs, waar het werk heen was gebracht ter authenticatie, had hier bij de rechter om verzocht.  
 
De eigenaar, vastgoedhandelaar Martin Lang uit Leeds, had in 1992 100.000 pond voor het werk betaald, overigens zonder dat er een bewijs bij zat dat het om een echte Chagall ging.  Het doet aan een bestaande, echte Chagall denken, zoals vaak bij vervalsingen: men neme een bestaand, bij voorkeur niet extreem bekend werk, en vertelt dat deze variant  jarenlang op de zolder van je grootouders heeft gestaan, geen idee hoe het daar beland is, dat je het gekocht hebt van iemand wiens oudoom  diplomaat was die het stiekem de Sovjet-Unie uit heeft gesmokkeld, vreselijk spannend allemaal, dat je het vond bij een oud vrouwtje dat lang geleden model zat voor… afijn, keuze genoeg.  Aan Lang schijnt verteld te zijn dat het werk ooit eigendom was van de ballerina Kavarska. Er is niets bekend over een al dan niet dansende Kavarska. Er was wel een Tamara Karsavina  (1885–1978),  tussen 1909 en 1922 ballerina bij de ballets russes, waar ook Chagall decors voor heeft ontworpen. Karsavina trouwde in 1917 met een Britse diplomaat en woonde vanaf de jaren ’20 tot haar dood in Engeland.
 
Meneer Lang had natuurlijk kunnen (laten) uitzoeken of Kavarska bestond, of zelfs, mocht men op het idee zijn gekomen dat wellicht Karsavina bedoeld werd, of die werk van Chagall had bezeten. Dat is niet gebeurd. Lang heeft het ook niet naar een gespecialiseerd laboratorium gebracht. Maar ruim twintig jaar na aankoop wilde hij alsnog weten of het om een echte Chagall ging, en wendde zich tot het Britse televisieprogramma Fake or Fortune. Die lieten het werk onderzoeken, waarbij bleek dat sommige verf pas sinds 1938 werd gebruikt en het doek nooit in 1909 of 1910 geschilderd kon zijn, zoals Lang verteld was. Fake, geen Fortune dus. Ondanks deze bewijzen stuurden de programmamakers het werk alsnog naar het comité Marc Chagall, dat niet veel anders kon doen dan bevestigen dat het om een vervalsing ging. Dat ze het recht hebben het werk vervolgens te vernietigen hoort bij de kleine lettertjes van de overeenkomst.
 
Je zou verwachten dat een zakenman als Lang ook de kleine letters leest, of dat de makers van een kunst of kitschachtig programma in ieder geval de regels van het authenticatie-comité kennen. Waarom ze het werk dan toch indienden is me een raadsel. Hadden ze aandacht nodig? Wilden ze graag aantonen hoe gemeen zo’n comité is, of gewoon dat ‘die Fransen’ nu eenmaal barbaren zijn? Door het woord ‘verbranden’ te gebruiken in hun berichtgeving, denk je onwillekeurig toch aan heksenvervolging, inquisitie, boekverbrandingen en andere (cultuur)barbarij.
 
Je kunt je opwinden over de macht van dergelijke comités, die soms weigeren om een werk te authenticeren, ondanks talloze bewijzen van de (zeer waarschijnlijke) echtheid. Ook dat gebeurt, en dat is niet alleen frustrerend voor de oprechte liefhebber, die zeker weet dat hij een echte van Gogh, Monet of Degas bezit, maar kan ook grote gevolgen hebben voor de waarde van het werk. En kunst is mooi, maar ook handel, waar het gaat om geld, veel geld.
 
In het geval van deze Reclining nude (Leunend naakt) twijfelde niemand er echter nog aan dat het om namaak ging.Lang en/of Fake or Fortune hadden zich de moeite kunnen besparen.  Of het werk overigens daadwerkelijk vernietigd is, is onbekend. Er is niets over te vinden. Gezien alle aandacht en opwinding is de kans dat het ooit nog als een echte Chagall op de markt komt nihil. Dat maakt vernietigen overbodig. Kan meneer Lang het weer thuis ophangen; hij was er erg aan gehecht zei hij destijds..
 
 
 
Afbeelding invoegen
 
Afbeelding invoegen
 
Hierboven de valse en de echte.
 
 

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht geplaatst.


Reageren:


Terug naar de vorige pagina >